Interview Rob Grijpink : mede-eigenaar van Flexurity

Rob Grijpink is één van de twee directeuren van Flexurity
In dit artikel schijnt hij zijn licht op 2021. “Het wordt een topjaar!”

Eerst nog even terug naar begin 2020. “We begonnen het jaar heel goed, totdat corona om de hoek kwam kijken. Het eerste kwartaal van 2020 was ons beste kwartaal ooit. Vanaf de eerste lockdown begon de omzet in onze branche terug te lopen. Maar heel eerlijk: we konden gelukkig al vrij snel de draad weer oppakken. Wij hebben natuurlijk een beetje het geluk gehad dat we in de Bouw en Techniek, maar ook in Automotive en Maritiem relatief weinig beperkende maatregelen hebben gehad. We konden met de hele branche snel schakelen en aan de regels voldoen. Terugkijkend hebben we tot op heden ook weinig besmettingen.

Was dit niet lastig voor het personeel?
Als ik naar onze medewerkers kijk, vind ik dat zij heel goed met de situatie omgaan. Er is echt veel bewustzijn. Je kunt natuurlijk van alles roepen over anderhalve meter, veilig werken et cetera, maar ze moeten er wel écht achter staan. Vooral bij onze buitenlandse monteurs zag je bijvoorbeeld heel goed dat ze de ernst van de situatie inzagen. Dat is denk ik één van de redenen dat we 2020 achteraf gezien heel aardig hebben afgerond.

Hoe zie je 2021?
We zijn natuurlijk pas een paar weekjes op weg. Maar ik verwacht dat we na een paar maanden alweer op hetzelfde hoge niveau zitten als begin vorig jaar. Dat is op een paar zaken gebaseerd.

In de eerste plaats zijn er afgelopen jaar natuurlijk projecten uitgesteld. Dat gaan we dit jaar merken.
Daarnaast zit de Woningbouw enorm in de lift. Er blijft een tekort aan woningen, dat zullen we zeker gaan terugzien in onze opdrachten.
Daarbij hebben we ook veel ervaring in het ombouwen van bedrijfsruimten naar woningen.

Ik verwacht dat de maritieme sector ook op het hoge niveau blijft. Onze medewerkers worden vooral ingezet in de luxe jachtbouw. Dat draait wel door.”

Tot slot Automotive, na Bouw, Techniek en Maritiem, de vierde pijler bij Flexurity.

Rob: “Wij hebben veel monteurs die onderhoud verzorgen bij grote vervoerbedrijven. Bij bijvoorbeeld het (openbaar) busvervoer zie je dat er momenteel niet veel investeringen zijn in aflopende contracten met de overheid. Nieuwe concessies worden uitgesteld. Hierdoor wordt langer doorgereden met relatief oude voertuigen. Dit betekent automatisch meer onderhoud.”

Heeft de groei van het elektrisch rijden invloed op jullie werkzaamheden?
“Zeker! Hier liggen zelfs kansen voor ons. Er is nog steeds een tekort aan goede technici voor elektrische voertuigen. Wij kijken bij Flexurity altijd naar de toekomst. Op dit moment worden al een paar dieselmonteurs omgeschoold naar monteurs elektrische voertuigen. Hier zal steeds meer vraag naar komen.
Nu we het toch over duurzaamheid hebben, dat zie je zeker ook terug in de bouw. Renovatieprojecten om gebouwen energiezuinig te maken, warmtepompen, energietransities, er komt nog zoveel werk aan.”

Redden we dat eigenlijk nog wel met Nederlands personeel?
“Absoluut niet. We hebben steeds meer buitenlandse krachten nodig. Op dat vlak doen we het met Flexurity heel goed. Al vanaf de oprichting, zo’n vijftien jaar geleden, zijn we heel actief met het aantrekken van gekwalificeerd technisch personeel uit heel Europa. NIET omdat het goedkoper is, maar omdat het moet.

De reden: in Nederland is er gewoonweg niet genoeg technisch uitvoerend personeel. En dit wordt alleen maar meer.

We hebben een intensief netwerk in zeer veel landen, waardoor we snel kunnen schakelen met vakmensen. Dat gaat veel verder dan ‘even wat monteurs naar Nederland halen.’ Zo hebben we een aparte afdeling die zich alleen maar bezighoudt met huisvesting, vervoer en opleidingen. Daar plukken we nu de vruchten van.

De volgende uitdaging wordt om buitenlandse vakkrachten hier intern op te leiden. Vakkennis hebben ze genoeg, maar als we ze ook nog ‘de Nederlandse manier van werken’ kunnen leren, maken we weer een grote stap. Ik durf te zeggen dat we al een aantal jaar echt Europees denken.

Monteurs van het eerste uur die we destijds uit het buitenland haalden, hebben tegenwoordig vaak een vaste baan bij grote Nederlandse bedrijven. Onze markt is echt te groot geworden voor alleen Nederlands personeel.

Sterker nog, het zou me niet verbazen als je straks thuis, bijvoorbeeld bij problemen met je CV, een Engelstalige monteur aan de deur krijgt. Dat zie je in de Automotive ook al steeds meer. De vraag naar technisch uitvoerende mensen is in Nederland nooit meer op te vangen met Nederlands personeel!”